Wat zegt de wetenschap eigenlijk over deelmobiliteit?
Waar staat deelmobiliteit nu eigenlijk echt? In deze aflevering van de N!D-podcast spreken we met Niels van Oort, universitair hoofddocent aan de TU Delft en oprichter van het Smart Public Transport Lab, over hype, realiteit en wat onderzoek ons leert over de rol van deelmobiliteit in het mobiliteitssysteem.
Met zijn onderzoeksgroep kijkt hij naar de vraag hoe openbaar vervoer slimmer kan worden ingericht. Niet alleen met bussen, trams en treinen, maar juist in samenhang met fietsen en deelmobiliteit. Vanuit dat perspectief schetst Van Oort waar deelmobiliteit vandaag staat, welke inzichten onderzoek inmiddels oplevert en wat dat betekent voor beleid en praktijk.
Waar staat deelmobiliteit nu?
Deelmobiliteit bestaat al langer dan vaak wordt gedacht. Initiatieven zoals het witte fietsenplan en later de OV-fiets laten zien dat het idee van gedeelde mobiliteit al decennia bestaat. De recente groei van deelauto’s, deelfietsen en deelscooters is echter sterk versneld door technologische ontwikkelingen.
“Deelmobiliteit zit nog in de puberteit.”
-Niels van Oort-
Volgens Van Oort zit deelmobiliteit nu in een tussenfase. We zijn voorbij de eerste hype, maar nog niet in een stabiele en volwassen markt. Hij vergelijkt de ontwikkeling met een fase van “puberteit”: zichtbaar, groeiend en steeds beter georganiseerd, maar nog niet volledig uitgekristalliseerd. Daarbij verschilt de volwassenheid sterk per vorm van deelmobiliteit. Sommige systemen (zoals de OV-fiets) functioneren al relatief stabiel, terwijl andere vormen nog volop in ontwikkeling zijn.
Hype, verwachtingen en realiteit
Om die ontwikkeling te duiden verwijst Van Oort naar de zogenoemde Gartner Hype Cycle, een model dat beschrijft hoe nieuwe technologieën zich ontwikkelen.
Nieuwe technologieën beginnen vaak met een periode van hoge verwachtingen. Daarna volgt meestal een fase waarin duidelijk wordt dat de technologie niet alle problemen oplost die aanvankelijk werden verwacht. Pas daarna ontstaat een stabieler niveau waarin toepassingen realistischer worden ingezet.
Volgens Van Oort helpt dit perspectief om deelmobiliteit beter te begrijpen. De technologie biedt duidelijke kansen, maar lost niet automatisch alle mobiliteitsproblemen op. Realistische verwachtingen en goed beleid zijn daarom essentieel.
De rol van de deelfiets
In onderzoek naar deelmobiliteit springt één vorm er volgens Van Oort duidelijk uit: de deelfiets. Nederland heeft al een sterke fietscultuur, waardoor de deelfiets relatief eenvoudig aansluit op bestaande reispatronen. Vooral in combinatie met openbaar vervoer kan de deelfiets een belangrijke rol spelen.
Openbaar vervoer brengt reizigers van halte naar halte, maar niet altijd van deur tot deur. Juist in dat eerste of laatste deel van de reis kan deelmobiliteit een waardevolle aanvulling zijn. Daarmee kan een beter geïntegreerd systeem ontstaan waarin verschillende vervoersvormen elkaar versterken.
Maatschappelijke waarde van mobiliteit
Een belangrijk onderdeel van het gesprek gaat over de maatschappelijke waarde van mobiliteit. Mobiliteitssystemen leveren niet alleen directe economische baten op, maar ook bredere maatschappelijke effecten. Denk aan bereikbaarheid, gezondheid, duurzaamheid en ruimtegebruik.
Die effecten zijn vaak moeilijk direct in geld uit te drukken, maar spelen wel degelijk een belangrijke rol in beleidskeuzes. Onderzoek naar de integratie van fiets en openbaar vervoer laat bijvoorbeeld zien dat de maatschappelijke baten van zulke systemen aanzienlijk kunnen zijn, zelfs wanneer een systeem financieel niet volledig rendabel is.
Inclusiviteit en bereikbaarheid
Naast duurzaamheid en efficiëntie speelt ook inclusiviteit een steeds grotere rol in mobiliteitsbeleid. Niet iedereen heeft dezelfde toegang tot mobiliteitssystemen. Digitale vaardigheden, kosten en kennis van het systeem kunnen allemaal drempels vormen. Ook geografische verschillen spelen een rol: buiten de grote steden is openbaar vervoer vaak minder frequent aanwezig.
Juist daar kan deelmobiliteit een aanvullende rol spelen. Bijvoorbeeld door verbindingen te maken tussen dorpen, haltes en voorzieningen.
Experimenteren en leren
Nederland staat bekend om het experimenteren met nieuwe mobiliteitsconcepten. Pilots en experimenten kunnen waardevolle inzichten opleveren, maar volgens Van Oort is het belangrijk om vooraf duidelijke doelen te formuleren.
Waarom start je een experiment? Welke doelgroep wil je bereiken? En hoe bepaal je of een pilot succesvol is? Daarnaast is het belangrijk dat succesvolle pilots ook daadwerkelijk een vervolg krijgen. Zonder vervolgfinanciering of opschaling kan een geslaagde pilot alsnog verdwijnen.
Samenwerken voor opschaling
Voor gemeenten en beleidsmakers betekent dit dat deelmobiliteit niet alleen een technologische ontwikkeling is, maar ook een beleidsvraagstuk. Hoe systemen beter samenwerken, hoe experimenten worden opgeschaald en hoe mobiliteit begrijpelijk blijft voor gebruikers, daar liggen de volgende stappen voor de sector.
Verder lezen: onderzoek naar deelmobiliteit en OV-integratie
In de podcast verwijst Niels van Oort regelmatig naar onderzoek naar de rol van deelmobiliteit in het mobiliteitssysteem. Voor wie zich verder wil verdiepen, zijn verschillende publicaties en blogs beschikbaar vanuit zijn onderzoeksgroep aan de TU Delft.
Het Smart Public Transport Lab onderzoekt hoe openbaar vervoer, fietsen en deelmobiliteit samen kunnen bijdragen aan bereikbaarheid, duurzaamheid en inclusiviteit in het mobiliteitssysteem.
Meer achtergrond en onderzoeksartikelen zijn te vinden via:
- Onderzoek naar de combinatie van (deel)fiets en openbaar vervoer
https://nielsvanoort.weblog.tudelft.nl/bicycletransit/ - Blogs en artikelen over onderzoek naar deelmobiliteit
https://nielsvanoort.weblog.tudelft.nl/tag/sharing/ - Meer informatie over het Smart Public Transport Lab van de TU Delft
https://www.tudelft.nl/citg/over-faculteit/afdelingen/transport-planning/research/labs/smart-public-transport-lab
Luister de volledige aflevering
Via je favoriete podcastapp of hieronder.
Reacties