Monitoring en evaluatie deelmobiliteithubs 2024
Het ministerie van IenW monitort samen met gemeenten en provincies de uitrol en effecten van circa 1.500 deelmobiliteitshubs (2022–2028). Deze rapportage bundelt de monitoringsresultaten over 2024: voortgang van de uitrol, eerste gebruikscijfers per hub en de randvoorwaarden die kunnen bijdragen aan succes. Voor beleidsmakers en projectleiders die keuzes willen onderbouwen met actuele praktijkdata.
Met het kennisprogramma Deelmobiliteitshubs wil IenW ervaringslessen delen en onderzoeken welke factoren het gebruik van deelmobiliteit op hubs beïnvloeden. In drie uitroltranches worden tot 2028 ongeveer 1.500 hubs gerealiseerd. 2024 is een belangrijk ijkjaar: de eerste twee tranches leveren voldoende data op om trends te zien, (voorlopige) lessen te trekken en beleid en uitvoering beter op elkaar aan te laten sluiten.
Aanpak
In opdracht van IenW zijn in 2024 de eerste resultaten systematisch gemonitord. De rapportage geeft een overzicht van gerealiseerde hubs (tranche 1 en 2) en laat gemiddeld gebruik zien, uitgesplitst naar contextvariabelen als autobezit, verstedelijkingsgraad en nabijheid van OV. Ook worden kenmerken van hubs met het hoogste en laagste gebruik geanalyseerd. Doel: inzicht bieden waarmee overheden kan bijdragen aan doelgerichte inrichting, sturing en bijsturing.
Resultaten & leerpunten
- Voortgang uitrol: statusoverzicht van hubs in tranche 1 en 2 (aantal en spreiding).
- Gebruikspatronen: gemiddeld gebruik per hub, met zicht op variatie tussen locaties.
- Contextfactoren: verbanden verkend tussen autobezit, verstedelijking en OV-bereik.
- Extremen geanalyseerd: kenmerken van best presterende en minst gebruikte hubs benoemd.
Voor wie is dit?
Voor beleidsmakers, mobiliteitsadviseurs, projectleiders en bestuurders die betrokken zijn bij de (her)inrichting van deelmobiliteitshubs in hun regio. De rapportage helpt beleid te onderbouwen, keuzes te prioriteren en lessen uit de praktijk te benutten bij volgende tranches.




