Mock-up van een rapport over organisatie- en bekostigingsmodellen voor deelmobiliteit bij sociale woningbouw, uitgegeven door Natuurlijk!Deelmobiliteit.

Deelmobiliteit bij sociale woningbouwprojecten

Hoe organiseer en bekostig je deelmobiliteit bij sociale woningbouw? Dit onderzoek vergelijkt vier modellen en laat zien waar gemeenten, woningcorporaties, en ontwikkelaars tegenaan lopen in wetgeving, financiering en uitvoering.

Bij sociale woningbouw komen woningbouw, parkeren, betaalbaarheid en mobiliteit samen. Lagere parkeernormen kunnen helpen om projecten haalbaar te maken. Maar dan moet er wel betrouwbaar en betaalbaar aanbod van deelmobiliteit zijn. En juist daar wordt het ingewikkeld. Want wie organiseert dat aanbod? Wie betaalt mee? Wat mag een woningcorporatie wel en niet doen? En hoe voorkom je dat deelmobiliteit na een paar jaar verdwijnt?

Dit onderzoek brengt de belangrijkste organisatie- en bekostigingsmodellen in beeld.

Aanpak

Stadkwadraat voerde het onderzoek uit in opdracht van Natuurlijk!Deelmobiliteit. Het onderzoek combineert deskresearch, praktijkervaring en werksessies met gemeenten en woningcorporaties. Ook is juridisch gekeken naar de rol van woningcorporaties, onder meer vanuit de Woningwet en DAEB-regelgeving.

De uitkomst: vier archetypes die laten zien hoe deelmobiliteit bij sociale woningbouw kan worden georganiseerd en bekostigd.

Vier modellen

Het onderzoek vergelijkt vier manieren om deelmobiliteit bij sociale woningbouw te organiseren en te bekostigen.

1.
On your own

De woningcorporatie organiseert deelmobiliteit bij een eigen, solitaire ontwikkeling.

2.
Shared grounds

Deelmobiliteit wordt op gebiedsniveau georganiseerd. De woningcorporatie ontwikkelt mee.

3.
Part of the plan

Deelmobiliteit wordt op gebiedsniveau georganiseerd. De woningcorporatie neemt deel als afnemer.

4.
One for all

De gemeente werkt met een deelmobiliteitsfonds voor meerdere projecten.

Resultaten & leerpunten

Het onderzoek laat zien dat deelmobiliteit bij sociale woningbouw niet vanzelf werkt zodra er deelauto’s of deelfietsen staan. De grootste vragen zitten juist in de organisatie eromheen: bekostiging, contractering, monitoring, communicatie, bijsturing en juridische ruimte.

Belangrijke leerpunten:

  • Deelmobiliteitsbeleid is vaak te algemeen.
    Er is nog te weinig aandacht voor sociale huurders, betaalbaarheid en verschillende gebiedstypen.
  • Projectniveau is kwetsbaar.
    Losse afspraken per project helpen soms bij de start, maar bieden weinig zekerheid voor de lange termijn.
  • Betaalbaarheid vraagt aparte aandacht.
    Beschikbaarheid is niet genoeg. Deelmobiliteit moet ook passen bij het budget en de behoefte van bewoners.
  • De rol van woningcorporaties is nog beperkt.
    Corporaties zien kansen, maar lopen tegen wet- en regelgeving aan.
  • Gebieds- of stadsniveau biedt meer perspectief.
    Structurele organisatie en bekostiging worden sterker als deelmobiliteit niet per gebouw, maar op grotere schaal wordt geregeld.

Deelmobiliteit vraagt niet alleen om aanbod, maar ook om organisatie.

Voor wie is dit onderzoek?

Dit onderzoek is bedoeld voor iedereen die deelmobiliteit wil verbinden aan sociale woningbouw en gebiedsontwikkeling.

Vooral relevant voor:

Gemeenten
Bij beleid voor lagere parkeernormen, gebiedsontwikkeling, mobiliteitsfondsen en kostenverhaal.

Woningcorporaties
Bij de vraag welke rol zij kunnen spelen in betaalbare deelmobiliteit voor huurders.

Ontwikkelaars en gebiedsorganisaties
Bij projecten waar minder parkeren, meer woningen en gedeelde mobiliteit samenkomen.

Beleidsmakers en koepelorganisaties
Bij keuzes over wetgeving, structurele financiering en landelijke afspraken.

Deelmobiliteitsaanbieders
Bij het ontwikkelen van aanbod dat past bij sociale huurders en gebiedsgerichte afspraken.

Ga naar de inhoud