Logo
foto van oplaadpalen deel auto's

Versnelling van elektrische deelmobiliteit in stedelijke ontwikkeling

Van 2018 tot 2022 werd de City Deal Elektrische Deelmobiliteit in Stedelijke Gebiedsontwikkeling uitgevoerd, met als doel om de inzet van elektrische deelmobiliteit te versnellen en de impact ervan te optimaliseren. Dit is gedaan door bij uiteenlopende gebiedsontwikkelingen in het land met elektrische deelmobiliteit als onderdeel van een ontwikkelingsproject te experimenteren, de resultaten te monitoren en lessen te trekken.

Vorige week is, in opdracht van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het evaluatierapport van Arcadis | Over Morgen over deze City Deal gepubliceerd. Daarin zijn vijf City Deal projecten onderzocht, vanuit het perspectief van de ontwikkelaar, gemeente, mobiliteitsaanbieder en de bewoner. Wat valt op?

In de vijf projecten zijn in totaal 3.200 woningen gebouwd waar op dit moment in totaal minimaal 18 deelauto’s rondrijden. De parkeereis lag in totaal ruim 350 lager dan de parkeernorm. Dit is te danken aan een combinatie van ruimtelijke (externe) en interne factoren, zoals nabijheid van voorzieningen, hoogwaardig openbaar vervoer, en een flexibel mobiliteitsaanbod.

De ruimtebesparing die hieruit voortkwam, leidde in de meeste gevallen tot extra woningen of groenere buitenruimtes. Daarnaast betekende dit in sommige projecten een significante financiële besparing, die bijvoorbeeld aan de financiële haalbaarheid van het project ten goede is gekomen.

Het volledige rapport lees je HIER.

Verwante Artikelen

Deelmobiliteitsprojecten in gebiedsontwikkeling onder de loep

In opdracht van Natuurlijk!Deelmobiliteit hebben de bureaus APPM, Deesy, Stadkwadraat en Witteveen & Bos data en lessen verzameld uit 35 diverse projecten. Vervolgens spraken ze met 12 gemeenten over 15 projecten om inzicht te krijgen in hun keuzes betreffende rol, governance, mobiliteit en communicatie. Uit de praktijk blijkt een spanningsveld tussen afspraken, risico’s, verantwoordelijkheden en onzekerheden. In dit artikel een eerste samenvatting van de resultaten.

Overheden versnellen gezamenlijk deelmobiliteit

Gemeenten, regio’s en het Rijk slaan de handen ineen om het aanbod en gebruik van deelauto’s en -tweewielers flink te laten groeien. Dat staat in het Programmaplan van het samenwerkingsprogramma Natuurlijk!Deelmobiliteit dat vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd als onderdeel van de Voortgangsbrief en ontwikkelingen deelmobiliteit. “Onze gezamenlijke ambitie is dat we in vijf jaar de basis leggen om in stad en land van deelmobiliteit een volwaardig en volgroeid onderdeel van het mobiliteitssysteem te maken”, zegt Programmadirecteur Maarten van Biezen.

Standaardisatie data-uitwisseling deelmobiliteit

De inzet van deelmobiliteit levert veel data op over het gebruik ervan. Deze data helpen om beleid te maken op basis van het echte gebruik of de naleving van vergunningsvoorwaarden te toetsen. Tegelijkertijd liggen risico’s op het gebied van privacy en cybersecurity op de loer. Uitwisselen van deelmobiliteitsdata moet dan ook proportioneel en veilig zijn en voldoen aan de wet- en regelgeving (AVG). Hiertoe hebben de gemeente Amsterdam, Utrecht, Groningen, Eindhoven en Rotterdam in 2022 een werkwijze opgeleverd die voldoet aan deze eisen: City Data Specificatie-Mobiliteit (CDS-M). Deze werkwijze is openbaar beschikbaar en voor alle overheden toe te passen waar deelmobiliteit ingezet wordt. We werken op basis van deze werkwijze toe naar een Nederlands Profiel Datadelen voor deelauto’s en deeltweewielers.

Natuurlijk!Deelmobiliteit presenteert Modelbepalingen voor deelvervoer

Het samenwerkingsprogramma Natuurlijk!Deelmobiliteit presenteert vandaag Modelbepalingen voor het reguleren van deelvervoer binnen lokale wetgeving. Gemeenten beschikken hiermee over gestandaardiseerde regels om de groei van deelvervoer goed te faciliteren. Het beoogt gemeentelijk beleid sneller en beter vorm te geven en zo gebruikers van deelmobiliteit goed te bedienen. Dit initiatief is een antwoord op de uitdagingen waarmee gemeenten worden geconfronteerd bij het opstellen van regels voor een relatief nieuw thema als deelmobiliteit.

Ga naar de inhoud