Mobiliteitshub in Amersfoort met een elektrische deelfiets en deelbakfiets op een gereserveerde plek langs de straat.

De deelfiets als regionaal systeem: eerste lessen uit Gooi-Amersfoort

Sinds april 2026 rijden 800 deelfietsen in tien gemeenten, verspreid over twee provincies. Gooi & Vechtstreek en Amersfoort kozen niet ieder voor een eigen deelfietssysteem, maar voor één regionale aanpak. Die schaal maakte de aanbesteding aantrekkelijker voor de markt en gaf ruimte om meer fietsen en hogere kwaliteitseisen te vragen. Aanbieder Voi voert het regionale deelfietssysteem uit.

In de eerste maanden valt vooral op hoe snel het gebruik op gang kwam. Ook zijn de ritten langer dan alleen de laatste kilometer vanaf het station en wordt op belangrijke plekken actief gestuurd op beschikbaarheid.

Anne van der Veen werkt namens de provincie Noord-Holland aan dit regionale deelfietssysteem in Gooi-Amersfoort en deelt de eerste ervaringen.

Infographic met eerste cijfers van het regionale deelfietssysteem Gooi-Amersfoort: 800 deelfietsen in 10 gemeenten en 2 provincies, 470 hublocaties en ruim 25.000 fietsuren. Binnen zes maanden is het aantal ritten bereikt dat voor het volledige derde jaar was beoogd. Een gemiddelde rit is 3 kilometer; tussen twee gemeenten gemiddeld 8 kilometer.

Tien gemeenten, één systeem

“Eén groot deelfietssysteem is een stuk aantrekkelijker voor de markt dan kleine, losse systemen”, zegt Van der Veen.

Door gezamenlijk aan te besteden konden de betrokken overheden meer fietsen en hogere kwaliteitseisen vragen. Voor gebruikers ontstaat bovendien één systeem dat niet bij een gemeentegrens ophoudt en beter op het OV kan aansluiten.

Daar gaat veel organisatie aan vooraf. De deelnemende gemeenten moeten afspraken maken over geld, governance en uitvoering. Ook moet duidelijk zijn wie de aanbesteding trekt.

De regionale aanpak neemt lokale verschillen niet weg. Gemeenten blijven nodig voor de ruimtelijke inpassing en de aanleg van hubs. Inmiddels zijn er 178 hublocaties in Gooi & Vechtstreek en 292 in de regio Amersfoort, waarvan 203 in Amersfoort zelf. De provincie ondersteunt gemeenten in Gooi & Vechtstreek met een hubcoördinator bij het kiezen van geschikte locaties.

Sneller gebruik dan verwacht

Het gebruik kwam in de eerste maanden snel op gang. Binnen zes maanden is al het aantal ritten bereikt dat vooraf voor het gehele derde jaar was beoogd. De doorsnee gebruiker pakt de deelfiets ongeveer vier keer per week.

Sinds de start is er bovendien al meer dan 25.000 uur op de deelfietsen gereden.

Vooral stations en P+R-locaties doen het goed. Van der Veen zag dat zelf op station Amersfoort. Vijf minuten voor aankomst waren er geen fietsen beschikbaar. Bij het uitstappen stonden er drie. Hij reserveerde er één; toen hij wegfietste, bleef er nog één over.

De snelle start gaat niet zonder problemen. Voi is in meer dan 120 steden actief, maar met deze regio voor het eerst in Nederland. Er zijn nog kinderziektes rond parkeren en de dagelijkse operatie. Van der Veen wil daarom nog geen grote conclusies trekken over verschillen tussen de betrokken gemeenten.

Meer dan de laatste kilometer

De ritgegevens laten zien dat de deelfiets niet alleen wordt gebruikt voor het laatste stuk vanaf een station. Een gemiddelde rit is hemelsbreed ongeveer 3 kilometer lang. Bij ritten van de ene naar de andere gemeente loopt dat op tot gemiddeld 8 kilometer.

Doordeweeks blijven ritten vaker binnen de gemeente en lijken ze meer aan te sluiten op forenzen en zakelijke reizen. In het weekend worden relatief vaker langere, regionale ritten gemaakt.

De afstanden in de regio helpen daarbij. Van Huizen naar Baarn, van Soest naar Amersfoort of van Crailo naar Hilversum zijn volgens Van der Veen goed fietsbare afstanden, zeker met een e-bike.

Beschikbaarheid moet je organiseren

Op belangrijke OV-knooppunten en enkele P+R-locaties geldt een beschikbaarheidseis. Gedurende 80 procent van de tijd overdag moet daar een minimumaantal fietsen staan. Het doel is dat reizigers zo min mogelijk misgrijpen.

Dat vraagt om dagelijkse herverdeling. Voi gebruikt onder meer een voorspellend model om te bepalen waar fietsen te veel of te weinig staan. Ook wordt gekeken op welke locaties gebruikers de app openen zonder dat er een fiets beschikbaar is.

Ook de parkeerlocaties tellen mee. Op drukke plekken is een digitale parkeerzone alleen niet altijd genoeg. Fysieke hubs maken duidelijk waar fietsen horen te staan en helpen overlast te voorkomen. In de eerste weken bleek dat verkeerd geparkeerde fietsen snel problemen kunnen geven.

Voor Van der Veen is een gebrek aan fietsen op plekken waar vraag is uiteindelijk een groter probleem dan een tijdelijke piek elders. Tegelijk kan overlast het lokale draagvlak snel aantasten.

Wat andere regio’s eraan kunnen hebben

Gooi-Amersfoort is niet één-op-één te kopiëren. De regio heeft veel woonplaatsen en bestemmingen op fietsafstand van elkaar. In echt landelijk gebied kan een andere opzet nodig zijn, met een sterkere rol voor het OV.

Van der Veen ziet vooral kansen in gebieden die niet hoogstedelijk zijn, maar waar voldoende woonplaatsen en bestemmingen dicht genoeg bij elkaar liggen voor een regionaal systeem.

In Gooi-Amersfoort leverde de regionale schaal in ieder geval ruimte op voor hogere kwaliteitseisen, een aantrekkelijkere opdracht voor de markt en een systeem dat voor gebruikers over gemeentegrenzen heen werkt. De eerste maanden laten zien dat daar ook vraag naar is: het gebruik groeit veel sneller dan vooraf was voorzien.

De komende jaren moeten uitwijzen wat dat betekent voor de bereikbaarheid in de regio en hoe het systeem zich verder ontwikkelt.

"Eén groot deelfietssysteem is een stuk aantrekkelijker voor de markt dan kleine, losse systemen."

Verder praten over de toekomst van deelmobiliteit?

Op donderdag 29 oktober 2026 vindt het Nationaal Deelmobiliteitscongres 2026 plaats in De Woonindustrie in Nieuwegein. Deze editie draait om Thuiskomen met deelmobiliteit: over deelmobiliteit in de straat, de wijk en het dagelijks leven. Deelname is gratis.

Verwante Artikelen

Reacties

Ga naar de inhoud