Logo
Foto van een Greenwheels-auto met op de achtergond een trein

Onderzoek Autovervangingsratio Deelauto

Opgave

Veel steden zetten in op een autoluwe stad en gebiedsontwikkeling met meer nadruk op lopen, fietsen, openbaar vervoer én deelmobiliteit, en minder op het gebruik en bezit van de privéauto. Privéauto’s nemen veel publieke ruimte in beslag. Ruimte die ook anders kan worden gebruikt. Aanvullend op flankerend beleid en factoren zoals de nabijheid van openbaar vervoer, kan de inzet van deelmobiliteit daarbij helpen. Maar hoe groot is die vraag eigenlijk? Hoeveel deelauto’s (met vaste parkeerzone) zijn er nodig om aan die vraag te voldoen? In dit project beogen we deze vragen te beantwoorden. Deze inzichten helpen beleidsmakers om beter onderbouwd, gebiedsgericht deelmobiliteit te kunnen inzetten.

Doelen

  • Beleidsmakers in staat stellen om gebiedsspecifiek de (ruimtelijke) potentie van de inzet van deelauto’s te kunnen bepalen.

(Beoogde) Resultaten

  • Een kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar het bepalen van een landelijk toepasbare, maar gebiedsspecifieke Autovervangingsratio (AVR).
  • De werkwijze en resultaten van het onderzoek worden gekoppeld aan het Landelijk Gebruikersonderzoek en Nederlands Profiel Datadelen.
  • AVR blijft actueel doordat nieuwe data-input door deze koppelingen eenvoudig wordt verwerkt.

Planning

Het project start in Q3 2024 en loopt t/m Q2 2025.

Verwante Artikelen

Natuurlijk!Deelmobiliteit presenteert Modelbepalingen voor deelvervoer

Het samenwerkingsprogramma Natuurlijk!Deelmobiliteit presenteert vandaag Modelbepalingen voor het reguleren van deelvervoer binnen lokale wetgeving. Gemeenten beschikken hiermee over gestandaardiseerde regels om de groei van deelvervoer goed te faciliteren. Het beoogt gemeentelijk beleid sneller en beter vorm te geven en zo gebruikers van deelmobiliteit goed te bedienen. Dit initiatief is een antwoord op de uitdagingen waarmee gemeenten worden geconfronteerd bij het opstellen van regels voor een relatief nieuw thema als deelmobiliteit.

Overheden versnellen gezamenlijk deelmobiliteit

Gemeenten, regio’s en het Rijk slaan de handen ineen om het aanbod en gebruik van deelauto’s en -tweewielers flink te laten groeien. Dat staat in het Programmaplan van het samenwerkingsprogramma Natuurlijk!Deelmobiliteit dat vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd als onderdeel van de Voortgangsbrief en ontwikkelingen deelmobiliteit. “Onze gezamenlijke ambitie is dat we in vijf jaar de basis leggen om in stad en land van deelmobiliteit een volwaardig en volgroeid onderdeel van het mobiliteitssysteem te maken”, zegt Programmadirecteur Maarten van Biezen.

Deelmobiliteitsprojecten in gebiedsontwikkeling onder de loep

In opdracht van Natuurlijk!Deelmobiliteit hebben de bureaus APPM, Deesy, Stadkwadraat en Witteveen & Bos data en lessen verzameld uit 35 diverse projecten. Vervolgens spraken ze met 12 gemeenten over 15 projecten om inzicht te krijgen in hun keuzes betreffende rol, governance, mobiliteit en communicatie. Uit de praktijk blijkt een spanningsveld tussen afspraken, risico’s, verantwoordelijkheden en onzekerheden. In dit artikel een eerste samenvatting van de resultaten.

Data en deelmobiliteit: inzicht in de laatste Europese ontwikkelingen

De inzet van deelmobiliteit levert veel data op over het gebruik ervan. Deze data helpen om beleid te maken op basis van het echte gebruik. Tegelijkertijd liggen risico’s op het gebied van privacy en cybersecurity op de loer. Uitwisselen van deelmobiliteit moet dan ook veilig zijn en voldoen aan de wettelijke eisen. Hiervoor hebben de gemeente Amsterdam, Utrecht, Groningen, Eindhoven en Rotterdam in 2022 een werkwijze ontwikkeld die voldoet aan deze eisen: ???????????????? ???????????????? ????????????????????????????????????????????????-???????????????????????????????????????? (????????????-????). Deze werkwijze is openbaar beschikbaar (www.cds-m.nl) en voor alle overheden toe te passen waar deelmobiliteit ingezet wordt. De betrokken gemeenten brengen in samenwerking met Natuurlijk!Deelmobiliteit ook een serie magazines uit waarmee zij inzicht bieden in de werkwijze van CDS-M. En zij maken duidelijk wat de waarde is van data-uitwisseling voor mobiliteitsbeleid.

Ga naar de inhoud