Wat valt op in de nieuwe coalitieakkoorden? Vier ontwikkelingen rond deelmobiliteit
Achter de nieuwe coalitieakkoorden van de twintig grootste gemeenten gaat een opvallende ontwikkeling schuil. Gemeenten maken verschillende keuzes, maar redeneren steeds vaker vanuit vergelijkbare uitgangspunten voor mobiliteit. Dat blijkt uit een analyse van vier thema’s: deelmobiliteit, het STOMP-principe, parkeerbeleid en de relatie tussen mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling. Leg je de coalitieakkoorden naast elkaar, dan ontstaat een helder beeld.
Mobiliteit wordt steeds vaker als één opgave benaderd
Lopen, fietsen, openbaar vervoer, parkeren en deelmobiliteit worden in veel coalitieakkoorden niet langer als losse beleidsterreinen beschreven. Ze maken steeds vaker deel uit van één mobiliteitsopgave, vaak in samenhang met woningbouw, leefbaarheid en de inrichting van de openbare ruimte.
Amsterdam kiest er bijvoorbeeld voor parkeerplaatsen op te heffen om ruimte te maken voor groen, voetgangers, fietsparkeren en deelmobiliteit. Tilburg beschrijft de mobiliteitstransitie juist als de samenhang tussen auto, fiets, openbaar vervoer, lopen en deelmobiliteit. Leeuwarden legt op zijn beurt de verbinding met woningbouw en gebiedsontwikkeling.
Deelmobiliteit krijgt daarmee in veel gemeenten een plek binnen een bredere visie op bereikbaarheid en de openbare ruimte, in plaats van een afzonderlijk beleidsdossier.
STOMP ontwikkelt zich tot een gedeeld beleidskader
Eindhoven, Amersfoort, Enschede, Maastricht en Zwolle noemen het STOMP-principe expliciet als uitgangspunt voor hun mobiliteitsbeleid. Daarmee behoort STOMP niet langer tot een kleine groep voorlopers, maar maakt het in meerdere coalitieakkoorden deel uit van de bestuurlijke koers.
De invulling verschilt. Sommige gemeenten gebruiken STOMP vooral als leidraad voor de inrichting van de openbare ruimte. Andere koppelen het aan mobiliteitshubs, woningbouw of parkeerbeleid. De analyse laat zien dat steeds meer gemeenten hetzelfde denkkader gebruiken om mobiliteitskeuzes te onderbouwen.
Parkeerbeleid blijft een belangrijk sturingsinstrument
Parkeerbeleid blijft een belangrijk thema in vrijwel alle coalitieakkoorden. Vrijwel iedere gemeente besteedt er aandacht aan, al lopen de keuzes uiteen.
Amsterdam kiest voor minder parkeerplaatsen en hogere tarieven voor bewonersvergunningen. Rotterdam zet in op betaald parkeren, mobiliteitshubs en vaste parkeerplaatsen voor deelauto’s. Den Haag kiest voor een terughoudender koers bij de uitbreiding van betaald parkeren. Utrecht kiest juist voor een stapsgewijze voortzetting van de eerder ingezette uitbreiding van betaald parkeren.
Die verschillen laten zien dat coalitieakkoorden niet alleen nieuwe beleidskeuzes bevatten. Ze bevestigen ook bestaande beleidslijnen wanneer daar bestuurlijk draagvlak voor blijft bestaan.
Parkeren en deelmobiliteit worden in veel akkoorden niet als afzonderlijke onderwerpen behandeld. Ze maken deel uit van dezelfde afweging over bereikbaarheid, leefbaarheid en het gebruik van de openbare ruimte.
Deelmobiliteit krijgt vaker een concrete uitwerking
Waar deelmobiliteit enkele jaren geleden vaak beperkt bleef tot een beleidsambitie, beschrijven verschillende gemeenten nu ook hoe zij die ambitie willen realiseren. Mobiliteitshubs, buurtinitiatieven, parkeernormen en gebiedsontwikkeling worden daarbij regelmatig met elkaar verbonden.
Eindhoven wil buurthubs realiseren, deelmobiliteit uitbreiden en bewonersinitiatieven ondersteunen. Nijmegen verbindt deelmobiliteit aan gebiedsontwikkelingen en de herinrichting van de openbare ruimte. Breda kiest voor een mobiliteitshub aan de stadsrand en wil de mogelijkheden voor deelmobiliteit verder uitbreiden als alternatief voor eigen autobezit. Zoetermeer wil de beschikbaarheid van deelmobiliteit meewegen bij parkeeroplossingen rond nieuwbouw.
Niet iedere gemeente werkt dit even uitgebreid uit. Wel laat de analyse zien dat deelmobiliteit steeds vaker een concreet onderdeel vormt van het mobiliteitsbeleid.
Eén mobiliteitskader, verschillende keuzes
De coalitieakkoorden laten geen uniform beeld zien. Dat is logisch: gemeenten verschillen in omvang, ruimtelijke opgaven en politieke keuzes. Tegelijkertijd keren in vrijwel alle akkoorden dezelfde thema’s terug. Mobiliteit wordt vaker integraal benaderd, STOMP krijgt een duidelijke plek, parkeren blijft een belangrijk beleidsinstrument en deelmobiliteit wordt steeds vaker concreet uitgewerkt.
Gemeenten kiezen niet overal dezelfde oplossingen, maar werken wel steeds vaker vanuit vergelijkbare beleidsuitgangspunten. Dat biedt een goede basis om kennis en ervaringen uit te wisselen en van elkaars aanpak te leren.
Verder lezen
Werk je aan vergelijkbare vraagstukken binnen jouw gemeente of regio? Dan kunnen deze producten van Natuurlijk!Deelmobiliteit helpen bij de verdere uitwerking van beleid.
- Leidraad Deelmobiliteit in gebiedsontwikkeling – praktische handvatten voor de inzet van deelmobiliteit bij woningbouw- en gebiedsontwikkelingen.
- Modelbepalingen deelmobiliteit – voorbeeldteksten voor beleid en regelgeving.
- Casusboek Deelmobiliteit in gebiedsontwikkeling – praktijkvoorbeelden uit heel Nederland.
- Toolkit zelfgeorganiseerd autodelen – hulpmiddelen voor gemeenten die bewonersinitiatieven rond autodelen willen ondersteunen.
Reacties