Deelmobiliteit in nieuwe wijken: lessen van AM Gebiedsontwikkeling, Nijmegen en N!D
Hoe neem je deelmobiliteit vanaf het begin mee in gebiedsontwikkeling? En wat vraagt dat van ontwikkelaars, gemeenten en aanbieders? Op dinsdag 9 december organiseerden Natuur & Milieu en Natuurlijk!Deelmobiliteit (N!D) een gezamenlijk webinar over deelmobiliteit in nieuwe wijken. Directe aanleiding waren de Deelawards 2024, waarin het thema gebiedsontwikkeling al in de schijnwerpers stond. Winnaars AM Gebiedsontwikkeling en gemeente Nijmegen vertelden hoe zij dit in praktijk aanpakken. N!D vulde dit aan met een brede blik op organisatie en sturing.
Sprekers:
- Maarten Markus, manager duurzaamheid bij AM Gebiedsontwikkeling
- Titia Bijma, senior beleidsadviseur deelmobiliteit bij gemeente Nijmegen
- Mark Verbeet, thematrekker gebiedsontwikkeling bij Natuurlijk!Deelmobiliteit
Woningbouwopgave en beperkte ruimte voor de privé auto
De uitgangssituatie is helder: er moeten veel woningen bij, vooral in en rond steden. Ruimte op straat is schaars. Tegelijk willen gemeenten wijken maken waar het prettig wonen is, met groen, verblijfskwaliteit en ruimte voor lopen en fietsen.
Maarten Markus liet aan de hand van concrete projecten zien hoe AM Gebiedsontwikkeling daarmee omgaat. In binnenstedelijke gebieden werken zij met:
- lage parkeernormen
- deelauto’s en andere deelmodaliteiten
- mobiliteitshubs als schakelpunt tussen wonen, werken en openbaar vervoer
Daarmee ontstaat ruimte voor andere functies dan parkeren. In de meer buitenstedelijke omgeving ligt het accent anders. Daar spelen de tweede auto, de e-bike en de verbinding met OV een grotere rol, en krijgt deelmobiliteit een andere plek in de mobiliteitsmix.
Nijmegen: naar een andere manier van organiseren
Nijmegen groeit de komende jaren stevig en voegt duizenden woningen toe in onder andere het Stationsdistrict en de Winkelsteeg. De stad zoekt naar manieren om bereikbaarheid, leefkwaliteit en ruimtegebruik in evenwicht te houden. Deelmobiliteit is daarbij een van de bouwstenen.
Titia Bijma schetste eerst de huidige praktijk. In veel projecten werkt Nijmegen met vaste afspraken: een bepaald aantal deelauto’s voor een lange periode, vastgelegd in beleidsregels en contracten. In een markt die snel verandert, blijkt dat kwetsbaar. Als een aanbieder stopt of het gebruik achterblijft, is er weinig ruimte om bij te sturen zolang afspraken erg strak zijn geformuleerd.
Daarom werkt Nijmegen aan een nieuwe opzet met een Bureau Mobiliteitsbeheer. Een belangrijk onderdeel binnen deze aanpak is dat zij het proces met toekomstige bewoners nadrukkelijker en gerichter willen vormgeven, zodat het deel aanbod goed aansluit bij hun situatie). Een ander aspect is de invulling van het aanbod: bewonerscoöperaties krijgen hierin een gelijkwaardige plek naast het aanbod van marktpartijen.
En:
- ontwikkelaars leveren een financiële bijdrage aan een fonds voor mobiliteit;
- vanuit dat fonds worden deelmobiliteitsdiensten voor het gebied ingekocht;
- tegoeden voor bewoners kunnen centraal worden georganiseerd;
- gebruik, ervaringen en klachten worden gevolgd en gebruikt om bij te sturen.
Zo ontstaat meer samenhang tussen nieuwe wijken en het bestaande deelmobiliteitsnetwerk in de stad. Titia benadrukte dat deze aanpak nog in uitwerking is, onder andere op juridisch en vergunningtechnisch vlak.
Van project naar stadsbrede sturing voor gebiedsontwikkelingen
Mark Verbeet presenteerde de N!D-praatplaat “Deelmobiliteit in gebiedsontwikkeling: hoe kunnen we dit samen toekomstbestendiger organiseren?”. Daarin verbindt hij de landelijke woningbouwopgave met de manier waarop deelmobiliteit nu vaak in projecten terechtkomt.
Kenmerken van de huidige praktijk:
- sterke focus op parkeernormen en aantallen voertuigen
- afspraken vooral op projectniveau, met beperkte ruimte voor aanpassing
- beperkte en versnipperde monitoring, waardoor leren lastig is
De praatplaat verkent twee richtingen om verder te komen.
- Deelmobiliteit als organisatievraagstuk in het project
Ontwikkelaars werken een beheersorganisatie uit voor (deel)mobiliteit in het gebied. Afspraken met de gemeente gaan dan niet alleen over aantallen voertuigen, maar ook over continuïteit, betaalbaarheid, beschikbaarheid en de manier waarop wordt gemonitord en bijgestuurd. - Van project naar gebieds- of stadsniveau
Een publieke organisatie of samenwerkingsverband kan deelmobiliteit in meerdere gebieden tegelijk organiseren. Ontwikkelaars sluiten daarop aan, bijvoorbeeld via een bijdrage aan een fonds. Zo hoeven oplossingen niet in elk project opnieuw te worden uitgevonden en is bijsturen eenvoudiger.
In beide varianten blijft ruimte voor verschillende vormen van deelmobiliteit, maar verschuift het accent van “hoeveel voertuigen” naar “hoe organiseren we dit duurzaam en adaptief”.
Zes inzichten om mee te nemen
Uit de drie bijdragen zijn een aantal lijnen te destilleren die voor veel gemeenten en ontwikkelaars herkenbaar zullen zijn.
1. Deelmobiliteit heeft direct ruimtelijke impact
Keuzes over deelauto’s, deelfietsen en mobiliteitshubs bepalen mede:
- hoeveel parkeerruimte nodig is;
- hoeveel plek overblijft voor groen en verblijf;
- hoe de openbare ruimte wordt gebruikt.
Zonder deelmobiliteit is het lastig om parkeernormen echt omlaag te brengen en tegelijk een aantrekkelijke leefomgeving te realiseren.
2. Begin in de ontwerpfase
Deelmobiliteit achteraf “erbij zetten” werkt zelden goed. In de ontwerpfase moeten al keuzes worden gemaakt over:
- routes voor lopen en fietsen
- de plek en zichtbaarheid van hubs en voertuigen
- ruimte voor laadvoorzieningen
- hoe het aanbod écht aansluit bij de behoeften van bewoners
Wat niet is meegenomen in het ontwerp, vraagt later om dure of ingewikkelde aanpassingen.
3. Starre projectafspraken zijn kwetsbaar
Afspraken als “x deelauto’s gedurende tien jaar” geven duidelijkheid, maar bieden weinig mogelijkheden om in te spelen op:
- veranderingen in het aanbiedersveld
- hoger of lager gebruik dan verwacht
- nieuw beleid rond parkeren of laadinfra
Een terugkerend punt in het webinar was dat afspraken beter ruimte kunnen bieden voor monitoring en bijsturing op basis van gebruik en ervaring.
4. Organisatie en regie zijn minstens zo belangrijk als het aanbod
Voertuigen en hubs zijn zichtbaar, maar de onderliggende organisatie bepaalt hoe robuust het systeem is. Voorbeelden uit het webinar:
- Nijmegen ontwikkelt een Bureau Mobiliteitsbeheer met mandaat om aanbod te organiseren en bij te sturen.
- AM werkt in projecten met duidelijke afspraken over beheer en samenwerking.
- N!D verkent modellen waarin een publieke of publiek-private organisatie meerdere gebieden bedient.
Zonder duidelijk belegd eigenaarschap (dat kan ook deels bij bewoners!) blijft deelmobiliteit kwetsbaar en versnipperd.
5. Gemeenten groeien toe naar een bredere regierol
Gemeenten stellen nog steeds kaders, maar nemen in steeds meer gevallen ook taken op zich als:
- bundelen van bijdragen van ontwikkelaars;
- selecteren en contracteren van aanbieders;
- bewaken van samenhang tussen nieuwe gebieden en de rest van de stad.
Die beweging vraagt om andere instrumenten dan alleen normering. Het webinar gaf voorbeelden van hoe gemeenten die rol stap voor stap invullen.
6. Inclusiviteit vraagt om bewuste keuzes
In de voorbeelden kwamen ook vragen langs over toegankelijkheid en betaalbaarheid:
- hoe bereik je bewoners met lagere inkomens;
- hoe voorkom je dat deelmobiliteit alleen gebruikt wordt door een beperkte groep;
- hoe geef je coöperatieve vormen hierin een plek, naast marktpartijen? Durf je de regie deels bij bewoners neer te leggen?
De conclusie was niet dat hier al kant-en-klare oplossingen voor zijn, maar wel dat inclusiviteit expliciet onderwerp van gesprek moet zijn in ontwerp en organisatie.
Wat kun je hiermee in je eigen praktijk?
Een aantal mogelijke aanknopingspunten:
- Gemeenten kunnen de inhoud van het webinar gebruiken om intern het gesprek te voeren over de gewenste rol: alleen kaders stellen, of ook organiseren en beheren? Ook is het een hulpmiddel om bestaande beleidsregels tegen het licht te houden: hoe adaptief zijn die?
- Ontwikkelaars en corporaties kunnen deelmobiliteit eerder in het proces meenemen en met gemeenten spreken over organisatie en monitoring, in plaats van alleen over aantallen en plaatsen.
- Aanbieders en adviseurs vinden in de casussen taal om met publieke partijen te spreken over continuïteit, samenwerking en datagedreven bijsturing.
Webinar terugkijken
Onderaan deze pagina vind je de video met de volledige opname van het webinar. De presentaties zijn ook beschikbaar, zodat je alles nog eens rustig kunt langs lopen.
Reacties