Meer woningen, minder parkeerplaatsen. En dan?
Hoe organiseer je deelmobiliteit bij sociale woningbouw, zonder dat betaalbaarheid, wetgeving of bekostiging vastloopt?
Die vraag is urgent. Minder parkeerplaatsen kunnen sociale woningbouwprojecten haalbaarder maken. Zeker in binnenstedelijke gebieden, waar ruimte schaars is en elke gebouwde parkeerplaats geld kost.
Dat is waar het gaat schuren; minder parkeren werkt alleen als de rest ook klopt. Want als bewoners straks minder vanzelfsprekend een eigen parkeerplek hebben, moet hun toegang tot mobiliteit wel goed geregeld zijn. Zeker bij sociale huurders.
Een deelauto kan dan onderdeel zijn van de oplossing, ziet ook Mark Verbeet van Natuurlijk!Deelmobiliteit. “Als deelmobiliteit een voorwaarde wordt om meer sociale woningen te bouwen, moet je ook zorgen dat het aanbod betaalbaar, betrouwbaar en goed georganiseerd is. Anders schuif je het probleem door naar de bewoners.”
Vier modellen voor organisatie en bekostiging
Daarom liet Natuurlijk!Deelmobiliteit onderzoeken hoe deelmobiliteit bij sociale woningbouwprojecten georganiseerd en bekostigd kan worden. Het rapport Organisatie- en bekostigingsmodellen deelmobiliteit voor sociale woningbouwprojecten is opgesteld door Stadkwadraat.
Het onderzoek combineert praktijkervaring, deskresearch en werksessies met gemeenten en woningcorporaties. Ook is gekeken naar de juridische mogelijkheden en beperkingen voor woningcorporaties, onder meer vanuit de Woningwet en DAEB-regelgeving.
De centrale vraag: welke rol kunnen en mogen woningcorporaties spelen bij deelmobiliteit voor hun huurders?
In veel projecten wordt deelmobiliteit ingezet om een lagere parkeernorm mogelijk te maken. Maar dan moet ook duidelijk zijn wie het aanbod organiseert, wie betaalt, wie bijstuurt en wat er gebeurt als het gebruik tegenvalt of een aanbieder stopt.
Het rapport vergelijkt vier modellen:
On your own
De woningcorporatie organiseert deelmobiliteit bij een eigen, solitaire ontwikkeling.
Shared grounds
Deelmobiliteit wordt op gebiedsniveau georganiseerd, waarbij de woningcorporatie mede ontwikkelt.
Part of the plan
Deelmobiliteit wordt op gebiedsniveau georganiseerd, waarbij de woningcorporatie afnemer is.
One for all
De gemeente werkt met een deelmobiliteitsfonds voor meerdere projecten.
De lastigste vragen komen ná het plan
De modellen verschillen in schaal, rolverdeling, bekostiging en juridische ruimte. Maar de onderliggende les is steeds dezelfde: deelmobiliteit is geen vinkje bij een lagere parkeernorm. Het is een voorziening die je vanaf het begin moet organiseren. Met afspraken over geld, rollen, wetgeving, communicatie, monitoring en bijsturing. De lastigste vragen komen vaak pas ná het tekenen van de plannen.
Wie sluit contracten af?
Wie houdt zicht op gebruik en beschikbaarheid?
Wie betaalt de organisatie eromheen?
En hoe zorg je dat deelmobiliteit niet alleen aanwezig is, maar ook bruikbaar en betaalbaar voor bewoners?
Daar raakt deelmobiliteit aan een bredere opgave: meer woningen bouwen, ruimte slimmer gebruiken en tegelijk zorgen dat bewoners mee kunnen blijven doen.
Op de productpagina vind je de vier modellen, de belangrijkste leerpunten en het volledige rapport.
“Als deelmobiliteit een voorwaarde wordt om meer sociale woningen te bouwen, moet je ook zorgen dat het aanbod betaalbaar, betrouwbaar en goed georganiseerd is. Anders schuif je het probleem door naar de bewoners.”
Mark Verbeet / Natuurlijk!Deelmobiliteit
Reacties